De Duitse Hangoor is in Duitsland genaamd de Deutsche Kleinwidder en in ons land in 1976 erkend. Het is ontstaan door met behulp van de Nederlandse Hangoor Dwerg te kruizen met de Franse Hangoor. Dat dit zeer snel tot stand kwam, dankt ze aan het gelijke type van de Franse Hangoor en de Nederlandse Hangoor dwerg. Bij de Duitse Hangoor is het type, bouw en oordracht het zelfde als bij de Franse Hangoor alles is alleen verkleind.
De Duitse Hangoor is in ons ras een populair ras en het is in diverse kleuren
erkend.
Het is iets handzaamer dan de Franse Hangoor doordat hij minder groot is maar
verder heeft het net z`n gemoedelijk karakter als de Franse Hangoor.
De Duitse Hangoor is bij ons in Nederland in 1976 erkend en opgenomen in de
standaard.
Het is ingedeeld in groep 6 dit is de groep van de Hangoren.
De punten die hij op tentoonstelling kan behalen zijn:
Type 20
Gewicht 10
Pels en Pelsconditie 20
Kop vorm 15
Oren (behang) 15
Kleur 15
Lichaamsconditie 5
Totaal 100 punten
Type:
Het lichaam is kort stevig, gedrongen en massief. De schouderpartij is breed. Het bekken breed met een goed gevulde achterhand. De nek is kort en krachtig ontwikkeld. De ruglijn loopt vanuit de nek in een lichte welving naar de achterhand. De afronding van de brede achterhand verloopt in een korte ronding, deze mag beslist geen scherpe hoek vormen.
Het been werk is grof, kort, dik en gespierd.
Bij een overjarige voedster is een kleine enkelvoudige wam toe gestaan. Welke
wel direkt onder de kin geplaatst moet zijn. Scheve wammen is ongewensd
Bij wat ruimhuidigheid wil men op de achterhand wel een een broek zien dit is
ook niet gewenst.
Het gewicht:
De Duitse Hangoor heeft een minimum gewicht van 2,5 kg en een maximum van
3,5 kg het idealen gewicht licht tussen de 3 - 3,4kg.
Het gewicht:
De Franse Hangoor heeft een minimum gewicht van 5 kg en een maximum van 6,5
kg het idealen gewicht licht tussen de 5,5 kg. en 6,4 kg.
Een gewicht van 2,5 kg geeft 6 punten, 2,75kg 8 punten, 3-3,4kg 10 punten, 3,5kg
9 punten.
Pels en Pelsconditie:
De Franse Hangoor heeft een beharing die dicht, zacht en glanzend is met veel onderwol. De Pels is iets langer dan van andere grote rassen. Doch niet langer dan een 4 cm. Ideaal is een goed door gehaarde pels, zonder dunnen of kale plekken. Het goed door haren wil nog wel eens een probleem geven doordat ze over heel veel onderwol beschikken gaat de verharing vaak wat stroef.
De Kop:
De kopvorm is sterk ontwikkeld, breed tussen de ogen met strek ontwikkelde wangen en een brede snuit. Met het neurbeen sterk gebogen. Bij rammen is een kinknobbel toegestaan.
De oren:
De oren zijn dik, breed en stevig en aan de uiteinde lepelvorming afgerond.
De oren hangen lootrecht met de schaalopening naar het lichaam toegekeerd naar
beneden. Ze moeten zuiver hol gedragen worden zonder vouwen of plooien. De
lengte van de oren dit is gemeten van oor punt tot oorpunt 30 tot 36 cm, 33-34cm
is ideaal.
Puntenschaal 30cm geeft 3 punten, 31-32cm 4 punten,33-34cm 5 punten, 35cm
4punten,36cm 3 punten.
De Mantel tegening dient de rug en de zijde van het lichaam zoveel mogelijk
gekleurd te zijn.
De kop zoveel mogelijk gekleurd met een geheel gekleurde snuit en oren.
Gestreeft dient te worden naar zoveel mogelijk symmetrie in het tekeningsbeeld.
De borst en voorbenen moeten zo wit mogelijk zijn,de achterbenen en buik zo wit
mogelijk.. Bonte dieren hebben kleurloze nagels.
Lichaamsconditie en verzorging:
De Franse Hangoor naar de tentoonstelling dienen een goede lichaamsconditie en verzorging te hebben.De dieren dienen in een goede conditie tentoongesteld worden. Het lichaam goed bevleesd en gespierd (bikkel hard). Slappe, magere of te vette dieren zijn uit den boze. De nagels worden regelmatig evenwijdig met het loopvlak geknipt. Zonder hierbij het leven te raken. De nagels, pels,binne zijde benen, geslachtsdelen moeten schoonzijn en vrij van klitten.De ogen moeten helder zijn en tintelen van levenslust. Een dier moet goed getraind zijn door een goede stelling te tonen.
Konijngrijs
afkorting van de kleur: kgs
Genetische symbolen voor konijngrijs:
ABCDE
ABCDE
De kleur komt veel overeen met die van het wilde konijn.
De dek kleur wordt gevormd door lichtbruingrijze dekharen, waarvan er regelmatig
zwart getopt zijn (Ticking).
De borst en flanken zijn zoveel mogelijk in overeenstemming met de kleur op de
rug en tonen dus ook ticking, eveneens zijn de benen zo gekleurd voor zover zij
niet wit zijn.
De dekkleur mag niet te donker zijn (te veer zwart gekleurde haartoppen) en
gewaakt moet worden tegen een te rode kleur in het dek. De ticking moet
regelmatig zijn en niet vlokkerig of gegolfd.
De triangel (driehoek in de nek) is bruingeel met blauwe grondkleur. Bij alle
wildkleurigen moet de triangel zo klein mogelijk zijn.
De buik is wit met blauwe grondkleur. Ook de onderkant van de staart, de
achterzijde van de voorbenen en binnenzijde van de achterbenen, alsmede de
onderkant van de kop zijn wit of licht van kleur.
De oogringen zijn iets lichter van kleur en zonder ticking.
De oren zijn zwart omzoomd.
De bovenkant van de staart is donkergrijs.
De oogkleur is donkerbruin.
De snorharen zijn zwart.
De nagelkleur is donkerhoornkleurig.( behalve bij bonte dieren dan zijn het
kleurloze nagels)
De dekkleur gaat over in een bruingrijze tussenkleur van iets krachtiger nuance
dan het bruingrijs van de dekkleur.
De grondkleur is grijsblauw.
Lichte fouten:
Iets rode dekkleur.
Iets onregelmatige ticking.
Iets rijke ticking of iets ver zwart gekleurde haartoppen.
Iets minder sterke grondkleur, ook op de buik.
Iets lichte nuancering op de benen.
Iets smalle zwakke, brede- rode tussenkleur..
Iets grote triangel..
Iets afwijkende oog- en nagelkleur.
Zware fouten:
Te rode dekkleur.
Te onregelmatige ticking.
Te lichte kleur op dek, borst en flanken.
Te donker dek door te rijke ticking of te ver zwart gekleurde haartoppen.
Te smalle,zwakke, brede, rode tussenkleur.
Te zwakke grondkleur, ook op de buik.
Te lichte nuanceering op de benen.
Foutieve oog- en nagelkleur.
Chinchilla
afkorting van de kleur: ch
Genetische symbolen voor chinchilla:
ABcchDE
ABcchDE
Dekkleur en buikkleur.
De dekkleur wordt gevormd door lichtgrijze haren met zwarte punten van ongelijke
lengte.
Al naar een regel- of onregelmatige verdeling van deze zwarte haartoppen,
krijgen wij een regel- of onregelmatige ticking.
Hoe onregelmatiger, hoe golven der deze ticking (rupstekening), hoe beter.
De zilvergrijze kleur met zwart, golvende ticking strekt zich uit over kop,
oren, dek, borst, zijden, voorbenen en buitenzijde van de achterbenen; de
oorringen en de triangel en de binnenzijde van de achterbenen zijn aanmerkelijk
lichter.
De staart is aan de bovenzijde donker en zwart gekickt, de buikkleur en de
onderzijde van de staart zijn wit.
De oren hebben een diep zwarte omzoming.
De kleur van de pels van de chinchilla moeten wij rangschikken onder de
wildkleurigen, zij mist echter de factor voor geel.
De nagels zijn donkerhoornkleurig.
De oogkleur is donkerbruin.
Tussen- en grondkleur.
Bij inblazen in de pels ziet men een rozet gevormd door de donkerblauwe
grondkleur, waarop de tussenkleur volgt, bestaande uit een parelwitte ring van
ongeveer ter breedte van plusminus 1 cm, omgeven door een smalle zwarte
kleurring.
Daarop volgt de dekkleur, zoals omschreven.
De kleuren zijn scherp begrensd.
De blauwe grondkleur moet breder zijn dan de parelwitte ring.
Bij inblazen van de buikkleur zien wij een blauwe grondkleur.
Lichte fouten.
Lichte vlammen of strepen op de
voorbenen.
Grote triangel, egale en iets lichte of donkere ticking.
Zwakke blauwe grondkleur aan de buik bij overjarige voedsters.
Iets gele aanslag.
Zware fouten.
Te smalle of te brede parelwitte
ring.
Anders dan bruine ogen (marmerogen enz.)
Veel te lichte dekkleur, ten gevolge van te weinig ticking, gele triangel, bruin
dek, bruine grond- en tussenkleur, wit in de basis van de grondkleur aan het
dek.
Ontbreken van blauwe grondkleur aan de buik.
Te korte of te lange beharing, slappe beharing.
Te veel gele aanslag.
De omschrijving van het bont bij de erkende kleuren.
Manteltekening
De plaats van de witte vlekken wordt niet nauwkeurig aangegeven. Gevraagd wordt een manteltekening, waarbij de rug en zijde zoveel mogelijk gekleurd zijn, de kop overwegend gekleurd met een geheel gekleurde snuit en dito oren. De borst en de voorbenen moeten bij voorkeur geheel wit zijn, de achterbenen en de buik overwegend of geheel wit. De boven zijde staart is overwegend gekleurd. Gestreefd dient te worden naar zo groot mogelijk symmetrie in de tekening. Bonte dieren hebben kleurloze nagels.
Konijngrijs:
Tussenkleur warm roestbruin,
grondkleur donkerblauw.
Oog kleur donkerbruin.
Nagelkleur donkerhoornkleurig.